DANKWOORD VAN LOUIS SOETEWEY

Eucharistieviering

Op zondag 27 april vierde de parochiegemeenschap van Sint Joris het vijftigjarig priesterjubileum van zeereerwaarde heer Louis Soetewey, die al ettelijke jaren een geliefd ‘gastpriester’ is in onze parochie. Mijnheer Soetewey ging zelf voor in de mis van 11 uur, in concelebratie met Pastoor Paul Scheelen. Onmiddellijk aansluitend bij de mis was er een ‘dankevenement’, waarin de jubilaris in de figuurlijke en ludieke bloemetjes werd gezet. Achteraf kon de gemeenschap mijnheer Soetewey feliciteren bij een drankje in het Schermershuis.

Mijnheer Soetewey kon het hele gebeuren appreciëren zoals blijkt uit zijn dankwoord dat hij voor ons parochieblad schreef. Hier volgt zijn tekst:

Dankwoord

“Graag wil ik al die goede mensen van de parochie bedanken die er mee voor gezorgd hebben dat ik zo’n prachtige viering heb mogen beleven op 27 april jl.

Het was geweldig: zoveel hartelijkheid en meeleven. Een fijne eucharistieviering met daarin mijn lievelingslied: “Mens voor de mensen zijn … zo lief als God”.

En dan die na-dienst. Totaal onverwacht, maar zo geestig en plezant gebracht. Mijn witteke, een warme wafel, nieuw schoenen, een eerbiedwaardige bonnet en mijter. En dan de pauselijke brief vanuit Rome. Ongelooflijk. Kwam dan nog die heerlijke kalligrafie met die beklijvende tekst.

Mede in naam van mijn zusters en broers dank ik allen die op de een of andere manier hebben bijgedragen aan het lukken van die dag.

Hopelijk mag ik er nog enkele jaartjes bijdoen en, gedragen door uw gebed en zoveel sympathie, hoop ik een gelukkig “gepensioneerde” priester te blijven, die heel graag “gastarbeider” is in de St-Joriskerk.

(ondertekend) Een gelukkige Louis Soetewey.”

DANK-EVENEMENT NA DE EUCHARISTIEVIERING VAN 27 APRIL

Na de eigenlijke dankmis werd Louis Soetewey gevraagd nog even te blijven. Hier volgt de tekst van het ‘dankevenenement’ dat toen volgde.

Er wordt een zetel aangebracht en voor het altaar geplaatst
Louis Soetewey wordt door Pastoor Scheelen in de zetel geïnstalleerd, dan wordt een tafeltje aangebracht en gedekt.

50 jaar al staat Louis Soetewey als priester ten dienste van zijn medemens en van God. ‘Priesters op rust’ zijn er waarschijnlijk nooit echt geweest, maar zeker heden ten dage niet. Wat wil niet zeggen dat je er af en toe niet eens bij mag gaan zitten.
Een mens moet eten om te leven, om te kunnen werken, maar af en toe mag en moet er ook ‘getafeld’ worden, om tot rust te komen, en om mensen te ontmoeten.

Een kapelheer brent een plateau met een ‘witteke’... dat door Louis Soetewey dankbaar genuttigd wordt.

Wie altijd een ander dient, mag ook wel eens zelf gediend worden, en vermits deze kerk in de schaduw staat van het alomgekende etablissement ‘de boer van Tienen’, is een druppel niet misplaatst. Geen druppel op een hete plaat, want die dient tot niets, die verdampt. Maar warme druppels op een koude plaat, zo smaakt zo’n druppel, zo ervaren mensen ontmoetingen met Louis Soetewey. Die druppels hebben wel effect, zoals een goedgemeende lach warme hartelijkheid brengt.

(Een andere kapelheer brengt een plateau met een wafel en een kop koffie.)

Genieten mag na vijftig jaar werk. Maar vijftig jaar genietend werken, da’s pas levenskunst. Een wafel kan lekker zijn. Maar een goeie wafel moet warm zijn, zoals het karakter van Louis Soetewey; een goeie warme wafel moet ook krokant zijn, zoals de humor van Louis Soetewey; op een goeie warme, krokante wafel moet met gulheid slagroom op, en die gulheid is er bij Louis Soetewey ook.

(Dan worden een paar versleten schoenen aangereikt.)

Schoenen verslijten niet als je ze in de kast laat staan en in je zetel blijft zitten. Louis Soetewey moet menig paar schoenen versleten hebben. Er ligt in de hele stad geen steen waar hij niet over gelopen heeft. Parochianen opzoeken, zieke mensen bezoeken, mensen in rusthuizen gaan opfleuren, mensen troosten en warmte brengen. Dan ben je altijd de straat op. Dan heeft iedereen je gezien, en moet je, mag je, wil je met iedereen een babbel doen. De straat op, de stad in, steunend op een stok als ’t even moet.

(Pastoor Paul Scheelen leest nu plechtig een pauselijk document voor.)

De brief uit Rome Venerabile et nobile fratri, Ludovicus

Salutatem et apostolicam benedictionem.

Het is met de grootste vreugde dat het Vaticaan en wij uw roem en eer venomen hebben, uw staat van toegewijd zijn hebben beluisterd met warmte en intense vreugde.

Met de glimlach der gelukzaligen zijt gij, Geliefde Broeder, steeds op weg gegaan, meestal naar mensen, soms naar Desirée de Lille, een enkele keer naar de Boer van Tienen, altijd weldoende uzelf en zovele anderen.

Hoe stichtend was uw bezoek aan zovele zieken en bejaarden en hoe afkeurend was uw blik als er ooit in uw nabijheid geroddeld werd.

Geen onvertogen woord ontvlood uw lippen terwijl elkeen die nieuwsgierig was te rade kon gaan bij uw wijsheid, ja zelfs bij uw alwetendheid omtrent de duistere geheimpjes van confraters of de pittige mysteries van onze heilige moeder de kerk in Antwerpen.

Uw zachtgevooisde stem doorbulderde, Geliefde Broeder, zo vaak de heilige ruimten, want keihard zingen, zo is geweten van engelenkoren, verviervoudigt het gebed.

Modernere monsingori, meer vertrouwd met de dingen des werelds, noemen u een straathoekwerker, een aanspreekpunt, een netwerker, een verbindingsman.

Wij weten wel, Geliefde Broeder, dat de Heilige commissie van Liturgie het soms wel eens lastig had omwille van de vrijheid die u nam bij dezen.

En ook de wenkbrauwfronsende congregatie van het heilig Geloof wist soms geen raad met enkele theologische interpretaties van uwentwege.

Desalniettemin houden wij er aan om onze Geliefde Broeder te vereermerken met datgene waar zijn sober hart zo intens naar smachtte, namelijk het kerkelijke purper.

Staande in de traditie van zovele kerkelijke hoogwaardigheidsbekleders mag hij zich voortaan bekleden met deze aloude bonnet, die zovele eerbiedwaardige hoofden voor hem gesierd heeft.

Rome, 1 april, anno Domini 2008-05-06 Benedictus, primus inter pares.



(Pastoor Scheelen zet de jubilaris de bonnet op, dan wordt nog een cadeau overhandigd.)

De Sint-Jorisparochie staat erop als blijk van waardering een cadeau te geven: het is een kalligrafie van een tekst door mijnheer Soetewey zelf gekozen, hij heeft erover gesproken in zijn homilie:

Mens voor de mensen zijn
Herder als God
Trooster voor groot en klein
Zo lief als God


(De tekst, die al in de mis werd gezongen, word nog eens gezongen door het gelegenheidskoor, en de hele congregatie) Proficiat, mijnheer Soetewey!