Afdrukken
Categorie: hoofdartikel
Hits: 348

De gelijkenis van een vader met twee zonen lijkt simpel, maar vraagt wat uitleg en wat context. Jezus vertelt deze gelijkenis ten behoeve van de vertegenwoordigers van het Sanhedrin, die vragen hadden bij Jezus’ bevoegdheid. De ene zoon lijkt beleefd en plichtbewust, maar het blijft beperkt tot uiterlijke schijn. De andere zoon is aanvankelijk wat eigenzinnig, maar krijgt spijt, verandert van inzicht en komt tot inkeer. De attitude van de eerste zoon doet wat denken aan de vrome woorden van Ex. 24, 7: “Alles wat Jahwe zegt zullen wij doen en ter harte nemen”. Jezus waarschuwt tegen uiterlijke schijn en loze, vrome woorden. Vooral in de scheldrede tegen de Farizeeën (Mt 23) gaat Jezus hier dieper op in: “zelf handelen ze niet naar hun woorden”. Jezus gebruikt zware scheldwoorden die we misschien niet verwachten uit Zijn mond: huichelaars, blinde leiders, dwazen en blinden, gekalkte graven, slangen, adderengebroed,…

Deze schifting was al aan de oppervlakte gekomen bij het optreden van Johannes de Doper: de Farizeeën, de schriftgeleerden, de vooraanstaande leden van het Sanhedrin hadden hem niet geloofd, de tollenaars en de hoeren hadden wel aandachtig geluisterd naar de prediking van Johannes de Doper. Johannes de Doper had opgeroepen tot bekering en Jezus trad in zijn voetsporen: “De tijd is vervuld en het Rijk Gods is nabij; bekeert u en gelooft in de Blijde Boodschap” (Mc 1, 15). Johannes de Doper en Jezus riepen eveneens op tot gerechtigheid: de Farizeeën, de schriftgeleerden,… vonden dat ze sowieso al gerechtvaardigd waren door hun kennis van het Woord van God; de tollenaars en de hoeren beseften dat ze verkeerd bezig waren, maar kregen berouw, kwamen tot inzicht en inkeer en bekeerden zich tot de Heer Jezus Christus. De schrijver van 2 Petrus 2, 20 formuleert het als volgt: “toen zij de Heer en Heiland Jezus Christus leerden kennen, hebben zij zich afgewend van de schanddaden der wereld”.

Deze parabel is dus bestemd voor de vooraanstaande Joden, maar heeft uiteraard ook voor ons een bepaalde waarde: ons tot inkeer komen moet oprecht zijn en we moeten trouw blijven aan ons geloof in Jezus Christus (cf. Mt 5, 37: “Maar uw ja moet ja zijn en uw neen, neen; en wat daar nog bij komt, is uit den boze”).
Is dit totaal nieuw? Neen, Ezechiël had het ook al gezegd: “En als de boosdoener zich bekeert van de zonden die hij gedaan heeft en naar recht en wet handelt, dan blijft hij in leven. Hij is tot beter inzicht gekomen en heeft gebroken met zijn wangedrag” (Ez. 18, 27-28).

Zich bekeren van de zonden is, zoals gezegd, gemakkelijker gezegd dan gedaan; een oprechte metanoia (bekering als nieuwe ingesteldheid) is een levenslange opdracht...

Bernard